Zorgen over het Zorgprestatiemodel in de praktijk

24 november 2021

De Federatie Vaktherapeutische Beroepen maakt zich zorgen over de uitwerking van het Zorgprestatiemodel in de praktijk. Om deze reden heeft de Federatie Vaktherapeutische Beroepen een reactie naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Zorgprestatiemodel in de ggz leek een goede stap in de richting te zijn, maar enkele signalen van onze leden wijzen tot nu toe op het tegendeel. Al eerder is geconstateerd dat de vaktherapeuten, net zoals een aantal andere beroepsgroepen in de ggz, als beroepsgroep niet voldoende betrokken is geweest bij de besluitvorming over het Zorgprestatiemodel. Hier is dus sprake van niet ordentelijke besluitvorming van de overheid en dat heeft het draagvlak onder de vaktherapeuten niet vergroot voor het Zorgprestatiemodel. Daarnaast zien we dat kleinere beroepsorganisaties zelf opdraaien voor de kosten van voorlichting naar de leden en de begeleiding van de implementatie. De communicatie van de NZa is te algemeen. Specifieke vragen van vaktherapeuten kunnen niet afdoende beantwoord worden, ondanks de recente open en constructieve lijnen met de NZa.

Onduidelijke normering

Belangrijke uitgangspunten zijn dat het Zorgprestatiemodel ook bij de praktijk aansluit, administratieve lasten verminderd worden en dat het budgettair neutraal ingevoerd wordt. Bij wijze van een beleidsexperiment is gekozen om het tarief van vaktherapie te integreren in de verblijfsfunctie als opmaat voor een integrale bekostiging van alle beroepsgroepen in de ggz. Bij een dergelijk beleidsexperiment hoort een goede evaluatie omdat ook andere beroepen overtuigd moeten worden dat integrale bekostiging de juiste weg is. Die ontbreekt op dit moment.  Daarnaast zien we dat de normering binnen de ggz en de Forensische zorg instellingen voor vaktherapie gesteld wordt op vier minuten per patiënt per dag. Dat staat vooralsnog haaks op meer aandacht voor cliënten en een budgettair neutrale overgang van het DBC-systeem naar het Zorgprestatiemodel, zoals de NZa continue aangeeft. En dat kan zelfs ertoe leiden dat vaktherapeuten in loondienst geen contractverlenging of minder uren krijgen. En dat is zeer schrijnend in een tijd dat er onvoldoende gekwalificeerd personeel is in de ggz. Ook de Tweede Kamer heeft aangegeven de invoering van het Zorgprestatiemodel kritisch te volgen. Duidelijk is dat het ICT-systeem voor declaraties van zorgaanbieders nog niet in orde is. Vandaar dat met bevoorschotting in het eerste kwartaal van 2022 gewerkt wordt. De Tweede Kamer verwacht het komende half jaar dat de staatssecretaris de voortgang van het Zorgprestatiemodel evalueert en de vinger aan de pols houdt bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

Toezegging NZa

De overgang naar het Zorgprestatiemodel zal met de nodige horten en stoten gaan, dat is nu wel duidelijk. Om de overgang naar het Zorgprestatiemodel te ondersteunen heeft de NZa een transitieprestatie opgenomen in de regelgeving. De transitieprestatie kan gebruikt worden om eventuele negatieve effecten van het Zorgprestatiemodel op te vangen en is beschikbaar in de eerste twee jaar na invoering.We blijven als FVB het ministerie van VWS en NZa houden aan de belofte dat invoering van het Zorgprestatiemodel budgettair neutraal wordt ingevoerd. Als we merken dat de invoering van het Zorgprestatiemodel ten koste gaat van de positie van vaktherapeuten, zullen we niet schromen om ook juridische stappen te nemen. Uiteraard blijven jullie signalen welkom. En blijf vooral ook de NZa voorzien van jullie vragen en kritische opmerkingen over het Zorgprestatiemodel: info@nza, met een cc naar ons.

Deel dit via:
Terug naar het nieuwsoverzicht